In Nederland mag niemand zomaar dierproeven doen. Bedrijven en instellingen moeten een vergunning hebben om proeven met dieren te mogen doen. Deze vragen zij aan bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). In 2010 waren er in Nederland 72 instellingen die dierproeven mochten doen.
Laboratoriummedewerker, onderzoeker, dierverzorger en biotechnicus word je niet zomaar. Voor elke functie is een gerichte en erkende opleiding vereist. Voor sommige specifieke functies is daarnaast een cursus proefdierkunde verplicht. Dat staat in de Wet op de dierproeven. Tijdens de cursus Proefdierkunde, die je tijdens of na je universitaire studie op biomedisch gebied aan diverse universiteiten kunt volgen, leer je naast onderzoekstechnische vakken ook alles over zorgvuldig en verantwoord proefdiergebruik.
Elk proefdierlaboratorium heeft een erkende
proefdierdeskundige, die toezicht houdt op het welzijn van de dieren en de naleving van wetten en regels met betrekking tot het houden en gebruik van dieren. Van alle dieren wordt dagelijks een welzijnsdagboek bijgehouden. De Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit controleert regelmatig op al deze zaken.