Suikerziekte, ook wel diabetes genoemd, is een ongeneeslijke stofwisselingsziekte die het leven kan verkorten als de ziekte niet behandeld wordt. Dankzij dierproeven is aan het begin van de 20e eeuw insuline als geneesmiddel ontwikkeld. Dankzij deze ontdekking kunnen miljoenen mensen ter wereld leven met suikerziekte.
Veel mensen denken bij suikerziekte dat het komt door te veel suiker eten. Of dat je dan helemaal geen suiker meer mag. Maar dat is niet zo. Als je diabetes hebt, kan je lichaam de bloedsuikersspiegel (glucose) niet meer zelf in evenwicht houden. Normaal regelt je lichaam de bloedsuikerspiegel heel nauwkeurig, met het hormoon insuline. Bij diabetes ligt het probleem in:
Insuline wordt gemaakt in de alvleesklier. Wanneer geen of onvoldoende insuline wordt gemaakt, of als het lichaam niet meer reageert op insuline, heeft het lichaam moeite om glucose uit het bloed te krijgen. De bloedsuiker blijft dan rondstromen en kan niet gebruikt worden voor energie. Het hoge bloedsuikergehalte beschadigt ook organen zoals de nieren en de ooglens.
Dankzij dierproeven is het bestaan van insuline als oorzaak van suikerziekte ontdekt. Hierdoor kan gewerkt worden aan geneesmiddelen. Diabetes is echter nog steeds een ongeneeslijke ziekte. Dierproeven worden o.a. uitgevoerd om te zoeken naar een middel dat diabetes zou kunnen verhelpen.