Orgaantransplantaties hebben de kwaliteit van het leven van miljoenen mensen ter wereld verbeterd of hun leven gered. In Nederland vinden, naast bloedtransfusies en beenmergtranplantaties, vooral veel niertransplantaties plaats. Onderzoek met proefdieren heeft dit mogelijk gemaakt.
Bij een orgaantransplantatie wordt een orgaan dat niet goed meer werkt vervangen door een gezond orgaan van iemand die overleden is. Soms worden ook levende donoren gebruikt, vaak is dit naaste familie. De eenvoudigste vorm van transplantatie is een bloedtransfusie, hiervoor worden bijvoorbeeld levende donoren gebruikt.
In Nederland vinden transplantaties plaats met:
De chirurgische technieken zijn goed ontwikkeld, net zoals manieren om het orgaan 'goed' te houden totdat het kan worden getransplanteerd. Toch kunnen bij het vervangen van organen problemen ontstaan. Ons lichaam beschermt ons tegen indringers zoals bacteriën en virussen met behulp van ons immuunapparaat, dat antistoffen tegen deze indringers maakt. Als je het orgaan van iemand anders in je lichaam transplanteert, zal je immuunapparaat dit als een indringer herkennen en proberen af te stoten.
We voeren dierproeven uit zodat transplantaties zo veel mogelijk kans van slagen hebben. Onderdeel daarvan is om onderzoek te doen naar de mogelijkheid om organen van dieren te gebruiken voor transplantaties bij mensen. Dit zou in de verre toekomst een oplossing kunnen zijn voor het tekort aan vrijwillige orgaandonoren.
Onderzoek met proefdieren heeft het volgende bereikt: