Konijnen zijn zoogdieren die tot de haasachtigen behoren. Soms wordt gedacht dat het knaagdieren zijn, net zoals muizen en ratten, maar dit is dus niet het geval. In Nederland komen konijnen in het wild voor en tamme konijnen worden vaak als huisdier gehouden. Verder worden tamme en wilde konijnen door mensen gegeten.
In Nederland zijn in 2010 6.802 konijnen gebruikt als proefdier. Hiervan waren 81 konijnen genetisch gemodificeerd. Ze worden vooral gebruikt bij het ontwikkelen van geneesmiddelen en vaccins. Alle konijnen worden speciaal gefokt voor een leven als proefdier en het zijn geen huisdieren. Alleen als een diereigenaar een dierdonorcodicil heeft ingevuld, wordt een huisdier na het overlijden gebruikt voor onderwijs (geneeskunde).
Konijnen zijn geschikte proefdieren omdat ze, net zoals ratten en muizen, aan veel ziekten lijden die ook bij mensen voorkomen. Het konijn wordt veel gebruikt voor onderzoek naar hart- en vaatziekten (ze ontwikkelen ‘aderverkalking’ bij hoge gehalten aan cholesterol in het dieet) en het ontwikkelen van vaccins.