Er zijn verschillende soorten proefdieren. De meeste dieren verblijven in de laboratoria van bedrijven en instellingen die dierproeven mogen uitvoeren. Maar er zijn ook proefdieren die in hun eigen omgeving worden bestudeerd. Denk bijvoorbeeld aan vogels die worden geringd. Zo kan de trek die ze maken worden bestudeerd.
Er wordt goed voor proefdieren gezorgd. De betrouwbaarheid van de onderzoeksresultaten is optimaal als de proefdieren in goede conditie zijn en in goede omstandigheden verkeren. Daarom zijn onderzoekers zelf ook gebaat bij het welzijn van hun proefdieren. En vergeet niet dat verzorgers en onderzoekers vaak bewust kiezen voor dit beroep, omdat zij graag met dieren werken.
De grootte en inrichting van de kooien moeten de dieren zoveel mogelijk in staat stellen om hun spontane gedrag uit te voeren. De grootte van de verblijven is proefondervindelij vastgesteld door te letten op het gedrag van de dieren. Dieze voorschriften zijn doorgaans veel royaler dan wat geldt voor de gewone dierhouderij.
De proefdierverblijven worden verder zo aangenaam mogelijk gemaakt door deze te voorzien van onder meer:
Dit heet omgevingsverrijking. Indien de proef het toelaat, worden dieren zo veel mogelijk bij elkaar gezet, zodat zij elkaar gezelschap kunnen houden. Daarbij wordt wel rekening gehouden met de aard van het dier. Is het een sociaal dier of verblijft het liever alleen? Hetzelfde geldt voor de inrichting van de kooi. Deze wordt eveneens afgestemd op de diersoort.