In 1978 werden dierproeven in Nederland voor het eerst geregistreerd. Er werden in dat jaar 1.572.534 proeven gedaan. Sindsdien is het aantal dierproeven jaarlijks gedaald. Met uitzondering van 2009. In 2010 is het aantal dierproeven weer verder afgenomen (3%). Dit komt doordat minder proeven met ratten zijn gedaan. Met genetisch gemodificeerde dieren werden in 2010 juist meer proeven uitgevoerd (9,7%). 
Ieder proefdier dat gebruikt wordt voor onderzoek telt als één proef. Eén onderzoek met dertig proefdieren tellen we dus als dertig dierproeven. Het aantal dierproeven komt dan ook sterk overeen met het aantal proefdieren.
In 2010 werden 563.789 proefdieren gebruikt voor 575.278 dierproeven. Het verschil zit in het feit dat een aantal dieren wordt hergebruikt: zij worden ingezet voor meerdere onderzoeken of practica in het onderwijs aan professionals.